Slim, slimmer, slimst

Vleermuisvriendelijke straatverlichting

Verlichting op wegen bevordert de sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Tegelijkertijd vormen de lampen een probleem voor vleermuizen die donkerte nodig hebben. Om dit dilemma op te lossen kwamen de Zoogdiervereniging, consultancybedrijf LEDexpert en Rijkswaterstaat met een sterk staaltje eco-engineering: de bat-lamp. Vleermuisvriendelijk en bovendien energiezuiniger dan traditionele armaturen.

Lange levensduur en weinig onderhoud
Amberkleurig licht
Lichtmast niet hoger dan 6 meter

Hoe werkt de bat-lamp?

De bat-lampen die zijn aangebracht bij het viaduct over de A74, gaan alleen aan als fietsers en voetgangers passeren. De masten zijn zo laag mogelijk gehouden en het licht heeft een zogeheten 'cutt off' gekregen, zodat het kleine beetje licht dat de vleermuizen waarnemen niet hinderlijk is, maar wel goed zichtbaar is voor weggebruikers.

Bat-lamp: not so bad

Het kortblauwe en ultraviolette licht in gebruikelijke straatlantaarns is voor mensen onzichtbaar. Daarentegen kan het vleermuizen pijnlijk verblinden. Dit verstoort hen in hun leefomgeving. De bat-lamp heeft amberkleurig licht. Voor dit kleurenspectrum zijn vleermuizen minder gevoelig. Bovendien geven bat-lamps nauwelijks lichtuitstraling naar de omgeving.

De met ledtechniek uitgevoerde bat-lamp kent een lange levensduur en heeft weinig onderhoud nodig. Daarmee is het een goedkope en duurzame oplossing voor duizenden

vleermuislocaties in Nederland.

De bat-lamp is inmiddels op enkele locaties in Nederland toegepast: naast de praktijkproef bij het ecoduct over de A74 bij Tegelen is hij te vinden op de A7, Rondweg Groningen en bij twee kleine projecten in Winterswijk en Pijnacker-Nootdorp.

Drie leveranciers produceren inmiddels de door LEDexpert bedachte bat-lamp: Innolumis, Schréder en Swarco/Futurit.

Rijkswaterstaat schrijft de vleermuisvriendelijke lamp nu voor in contracten. Kijk voor meer informatie op www.rws.nl

Wereldprimeur

De lamp is eind 2011 voor het eerst toegepast bij de aanleg van een ecoduct over de A74 bij Tegelen, een wereldprimeur. Ook zijn enkele aanvullende maatregelen genomen: De lichtmasten zijn niet hoger dan 6 meter.

Dankzij een innovatief radarsysteem en lussen in het wegdek gaat de wegverlichting alleen aan als fietsers of voetgangers passeren.
Een astronomische klok bepaalt de in- en uitschakeling van de verlichting. Bij het inschakelen komen de lampen langzaam op, bij de uitschakeling doven ze zachtjes.

Stevigere vleermuispopulaties

‘Om zich te oriënteren gebruiken vleermuizen aaneengesloten structuren in het landschap, zoals heggen, waterwegen of bomenrijen. In de Europese Unie zijn alle vleermuissoorten bij wet beschermd. Hoewel het kortblauwe en ultraviolette licht in openbare verlichting voor het menselijke oog onzichtbaar is, kan het vleermuizen pijnlijk verblinden. Dat verstoort hen in hun leefomgeving. En Nederland heeft veel buitenverlichting. Op wegen, in tunnels en onder viaducten. Sterker nog, lichtvervuiling en verstoring van vleermuizen is een groeiend probleem. Toen Rijkswaterstaat

bij de aanleg van het nieuwe ecoduct over de A74 bij Tegelen tegen dit vraagstuk aanliep, verzochten ze consultancybedrijf LEDexpert om samen met ons vleermuisvriendelijke verlichting te ontwikkelen.

We zijn blij met onze deelname aan het onderzoek. En met het resultaat. Vleermuizen moeten een weg veilig kunnen passeren. Ideaal is om die plaatsen niet te verlichten. Is het gezien de verkeersveiligheid onontkoombaar, dan zien we graag lampen met amberkleurig licht. Het effect op andere zoogdieren en vogels is nog niet duidelijk. Dat zou ik graag nog onderzoeken.

Tijdens het tweejaarlijkse congres van het Infra Eco Network of Europe (IENE) in Potsdam, in oktober 2012, hebben we de bat-lamp gepresenteerd aan internationale ecologen en lichtdeskundigen. Zij waren erg positief. We wonnen zelfs twee awards. Kennis delen is belangrijk. Vleermuizen komen in heel Europa voor en vallen onder hetzelfde beschermingsregime. Gezien de biodiversiteit en de gevoeligheid van hun populatie moeten we er alles aan doen om ze in stand te houden.’

Herman Limpens
Senior onderzoek bij de Zoogdiervereniging

Human/Bat Response Ratio

‘In 2002 trad de Flora- en Faunawet in werking. Niet meer ‘Ja, mits’ maar ‘Nee, tenzij’ was hierin het adagium. Dat betekent dat projecten die de natuur beschadigen geen doorgang kunnen vinden, tenzij je mitigerende maatregelen treft. Bij Rijkswaterstaat rees de vraag of het mogelijk is om vleermuisvriendelijke verlichting te maken. Aangezien je met led alle kleuren kunt maken, en dus ook een kleurenspectrum dat vleermuizen niet of weinig verstoort, moest er een kans van slagen zijn. Ik bedacht een theoretisch concept en toetste dat bij de Zoogdiervereniging. LEDexpert heeft de spectrale

gevoeligheid van vleermuizen vergeleken met die van de mens. Zo kwamen we op de Human/Bat Response Ratio: de relatie tussen hoe goed mensen en vleermuizen in een bepaald kleurenspectrum kunnen zien. Als die groter is dan 40, dan heb je licht waarbij de mens goed kan zien en waarbij de vleermuis bij normale verlichtingssterkte weinig hinder ondervindt.

Met die wetenschap konden we testen uitvoeren met wit, groen en oranje licht op de Kuindervaart in de Noordoostpolder. De ene helft van de vaart was verlicht, de andere helft bleef donker. De drijvende meetsensoren in het midden van de vaart

registreerden de reacties van de vleermuizen op de verschillende lichtkleuren. De resultaten waren verrassend. Bij wit en groen licht weken ze direct uit naar de donkere kant van de vaart. Bij amberkleurig licht bleven ze op dezelfde positie boven de vaart als in het donker. Met deze resultaten konden we de

bat-lamp toepassen bij het ecoduct over de A74 bij Tegelen. Dit is de eerste plek in de wereld met vleermuisvriendelijke verlichting.’

Marinus Jan Veltman
Medeoprichter van LEDexpert

Wetenschappelijke toets om marktpartijen te overtuigen

‘Hoewel verlichtingsexperts de ecologische voordelen van vleermuisvriendelijke verlichting inzien, is de bat-lamp even wennen. Er is overtuigingskracht nodig om hen doen te besluiten de lamp vaker toe te passen in projecten. Daarom organiseerde Rijkswaterstaat in april 2012 een expertmeeting. Wegbeheerders, verlichtingsdeskundigen en natuurbeschermers informeerden we over onze positieve ervaringen met de bat-lamp. Het programma met lezingen en presentaties werd afgesloten met een bezoek aan de eerste locatie in de wereld waar de bat-lampen

staan opgesteld: het ecoduct over de A74 bij Tegelen. Veel professionals die nog niet bekend waren met de lamp waren blij verrast.

Voor de uitrol op de (inter)nationale markt is het belangrijk om een stevige wetenschappelijke basis te hebben. Daarom heeft Zoogdiervereniging in opdracht van Rijkswaterstaat de resultaten van de praktijkproef op de Kuindervaart beschreven in een manuscript voor een internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Dat wordt dit jaar ingediend ter publicatie. Een samenvatting daarvan volgt in een Nederlands verlichtingstijdschrift.

Een wetenschappelijk verantwoorde proef is de ultieme toets om te zien of de resultaten effect hebben. Het zet de innovatie kracht bij. En het is nodig om initiatiefnemers en de markt te overtuigen. Ook voor het toezicht op de naleving van de Flora- en Faunawet is het belangrijk dat we onze resultaten wetenschappelijk kunnen onderbouwen.’

Victor Loehr
Eco-engineer bij Rijkswaterstaat

Lichtvervuiling

Lichtvervuiling is een groeiend probleem. Op dit beeld van Amsterdam en Schiphol is dat goed te zien. Ruimtevaarder André Kuipers nam deze foto op 5 april 2012 vanuit het internationale ruimtestation ISS. De cirkel in het midden, Parkeerplaats P40 van Schiphol, is donker. Hier staan zeshonderd armaturen van Innolumis opgesteld die geen licht naar boven uitstralen. De armaturen zorgen zo voor minder lichtvervuiling en minder energieverspilling.

Reageer

Abonneer

Colofon

Edities

Ik heb de volgende opmerking of suggestie voor IMagine:

Emailadres

Verstuur
Sluit

Ik abonneer mij graag op IMagine
Emailadres

Verstuur
Sluit

Het relatiemagazine IMagine is een uitgave van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Hoofd- en eindredactie:
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Bureau Karin de Lange, Den Haag

Ontwerp en realisatie:
Ontwerpwerk, Den Haag

Sluit

Bekijk editie 1 Bekijk editie 2 Bekijk editie 3 Bekijk editie 4 Bekijk editie 5 Bekijk editie 6 Bekijk editie 7 Bekijk editie 8 Bekijk editie 9 Bekijk editie 10

Sluit