Samen Werken
lorem ipsum lorem ipsum lorem ipsum lorem ipsum

SAMEN
WERKEN
aan ...

Samenwerken is de basis van het succes

Op Prinsjesdag heeft de minister van Infrastructuur en Milieu namens het Kabinet de Deltabeslissingen aangeboden aan de Tweede Kamer. De Deltabeslissingen zijn het resultaat van meerjarige en intensieve samenwerking tussen overheden, kennisinstituten en bedrijfsleven, onder leiding van de Deltacommissaris. Nu het programma de volgende fase in gaat, van plannen maken naar uitvoeren, is die samenwerking alleen nog maar belangrijker.

Samenwerken is de basis van het succes

Wim Kuijken

Deltacommissaris

Ed Nijpels

Voorzitter NL Ingenieurs

Ellen Kelder

Strategisch beleidsadviseur gemeente Dordrecht

Maarten Smits

Directeur Deltares

Samenwerken is de basis

‘Ik ben trots op het bereikte resultaat. De deltabeslissingen die dit jaar in het DP2015 zijn gepresenteerd, leggen de basis voor de te nemen maatregelen voor een robuuste inrichting van ons land. Dat is gebeurd binnen vijf jaar, conform planning. En samen met heel veel partijen binnen en buiten de overheid. Met die maatregelen kunnen in de toekomst de extremen van het klimaat beter worden opgevangen, waardoor burgers zich veilig kunnen blijven voelen en de economie wordt versterkt.

Er zal de komende 30 jaar heel hard doorgewerkt moeten worden op heel veel plekken in het land aan rivieren, de kust, de meren en in steden. Ruim 20 miljard euro zal tot 2050 geïnvesteerd moeten gaan worden. Het draagvlak is heel erg groot voor de deltabeslissingen. Dat draagvlak wil ik behouden, evenals de daadkracht die we hebben laten zien door de unieke aanpak van het Deltaprogramma.

Nederland loopt hiermee ook voorop in de wereld. Er is veel belangstelling. Ook ons bedrijfsleven kan innoveren op de thuismarkt, nu er zoveel werk te doen is.

De bijzondere aanpak is met de Deltawet vastgelegd. Een programma, een fonds en een regeringscommissaris. Het blijkt te werken. Ieder jaar op Prinsjesdag doet de deltacommissaris concreet de voorstellen voor de maatregelen en voorzieningen voor de komende jaren en maakt de financiële consequenties daarvan duidelijk. Dit alles gebeurt onder verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu.

Ik ben er trots op dat ik deze rol kan vervullen en samen met rijk, provincies, gemeenten en waterschappen op deze wijze mag werken aan een veilig en leefbaar Nederland ook aan het eind van deze eeuw.’

Kansen zien

‘Ik loop al zo’n 45 jaar mee in het openbaar bestuur en ik ken geen ander voorbeeld van hoe goed en hoe vroeg in het proces alle belanghebbenden zijn betrokken dan bij het Deltaprogramma. Alles en iedereen kon meedenken met belangrijke vraagstukken als: wat is per regio de beste oplossing voor het stijgende waterpeil, hoe gaan we de bescherming aanpakken, wat worden de nieuwe normen etc. Mijn complimenten aan Deltacommissaris Wim Kuijken die dit proces met vaste hand heeft geleid.

Wat sterk is aan het Deltaprogramma is de manier waarop problemen rond de stijging van het waterpeil worden aangepakt. Van begin af aan was de vraag: zijn alle belangen meegekoppeld?
Dat was natuurlijk al bij Ruimte voor de Rivier, maar bij het Deltaprogramma is dat nog verder uitgewerkt.

Dat vraagt veel van ingenieursbureaus. Ze moeten niet alleen alle partijen aangehaakt houden, maar ook alle belangen en vooral ook alle kansen moeten aan bod komen.

Toen ik in de jaren ’90 voorzitter was van WNF kwamen we met het plan ‘Levende Rivieren’. Daarin lieten we voor het eerst zien hoe je veiligheid, recreatie en economie kunt koppelen met natuurbehoud. Toen werd er buitengewoon meewarig tegenaan gekeken. Nu is het de basis voor Ruimte voor de Rivier en voor het Deltaprogramma.

We zitten in een belangrijke overgang. Van ‘vol verwachting klopt ons hart’ naar uitvoering, uitvoering en nog eens uitvoering. Kabinet en Kamer moeten nu ja zeggen tegen de grote Deltabeslissingen, en dan kunnen de ingenieursbureaus samen met alle overige betrokkenen echt aan de slag. Wij zijn er klaar voor.’

Burgers ook betrekken

‘Anderen hebben het over de gouden driehoek: de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten. Wat ik belangrijk vind is dat er nog een vierde partij bij betrokken wordt: de bewoners, voor wie we het tenslotte allemaal doen.

Dordrecht moet de transitie maken van ‘Water in de stad’ naar ‘Stad in het water’. Water in de stad, dat is het water dat bij een storm vanuit zee de stad in wordt gedreven. Of het hoogwater dat langzaam via de rivieren naar ons toekomt. Daar kunnen we prima mee uit de voeten. Stad in het water gaat over extremen. Hoe zorgen we dat het Eiland van Dordrecht zelfredzaam is als het water van beide kanten tegelijk komt, want dan hebben we een probleem. Of als het langere tijd harder regent? Dat onderzoeken we in het kader van het Deltaprogramma.

2015 is het Jaar van Water in de Stad en bewoners kunnen voorstellen indienen. Het is mooi om te zien dat de bewoners vanuit zichzelf al opperen dat een voorstel wel moet passen bij de ideeën over zelfredzaamheid die we binnen het Deltaprogramma ontwikkelen.

Op dit moment zijn we aan het kijken hoe we de betrokkenheid van burgers het beste vorm kunnen geven. In de reguliere samenwerking is alles toch redelijk geïnstitutionaliseerd, met overlegstructuren, noem maar op. We willen niet dat mensen daardoor worden afgeschrikt. We willen ook geen nieuw gremium creëren, maar we willen ze wel aangehaakt houden. Daarbij zijn drie vragen belangrijk: wat kunnen ze zelf doen? Wat kunnen ze bijdragen? En: Hoe kunnen ze elkaar helpen?’

Nieuwe Fase

‘Het Deltaprogramma gaat een nieuwe fase in met nadruk op decentrale besluitvorming en uitvoering. Dat vergt onderlinge afstemming. Want wat in de ene regio gebeurt, heeft invloed op de andere regio en omgekeerd. Daarnaast hangen zoetwatervoorziening, hoogwaterbescherming en ruimtelijke ordening met elkaar samen. Daarmee ontstaat behoefte aan kennis en instrumenten om de effecten van regionale besluiten te kwantificeren. Voor het Deltaprogramma is een instrumentarium ontwikkeld dat verder toegesneden zal worden op lokale situaties.

Kennisontwikkeling voor de uitvoering van Deltabeslissingen brengt kennisinstellingen dichter naar de praktijk. Dit geeft ons de kans om te laten zien wat de waarde van kennis is. Zoals bij dijken op veen, bij optimalisatie van ontwerp met het oog op ‘piping’ (waarbij water door een dijk sijpelt en zo kanaaltjes

uitvreet (red)) of bij aardbevings- bestendige ontwerpen.

Het Deltaprogramma is een adaptief programma. Dat betekent dat op basis van de werkelijke effecten van klimaatverandering beoordeeld kan worden of er een tandje bijgeschakeld moet worden of dat het juist wat minder kan. Dit vergt wel voortdurend monitoren. We zullen dus het effect van de Deltabeslissingen nauwgezet moeten volgen. Ik ben daarom blij met het nieuwe Kennisprogramma Klimaat & Water dat deel uitmaakt van het Deltaprogramma.

Nederland wordt gezien als een gidsland op het gebied van waterveiligheid en zoetwater- voorziening. Als we het buitenland kunnen laten zien hoe we het Deltaprogramma in de praktijk brengen, dan helpt dit kennisinstellingen en in hun kielzog de Nederlandse ingenieursbureaus en aannemers bij hun internationale ontwikkeling.’

Reageer

Abonneer

Colofon

Edities

Ik heb de volgende opmerking of suggestie voor IMagine:

Emailadres

Verstuur
Sluit

Ik abonneer mij graag op IMagine
Emailadres

Verstuur
Sluit

Het relatiemagazine IMagine is een uitgave van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Hoofd- en eindredactie:
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ontwerp en realisatie:
Ontwerpwerk, Den Haag

Sluit

Bekijk editie 1 Bekijk editie 2 Bekijk editie 3 Bekijk editie 4 Bekijk editie 5 Bekijk editie 6 Bekijk editie 7 Bekijk editie 8 Bekijk editie 9 Bekijk editie 10 Bekijk editie 11

Sluit