Inspiratie
Inrichting van Nederland

‘Een goed ontwerp

NIET LOS ZIEN van
een

omgevingsvisie’

2015 is het Jaar van de Ruimte. Het jaar is tevens de afsluiting van een tijdperk waarin de Rijksoverheid vanuit de regisseursstoel bepaalde hoe Nederland werd ingericht. Dat wordt straks een verantwoordelijkheid van ons allemaal, waarbij het aankomt op een gesmeerde samenwerking tussen het rijk, gemeenten, provincies, burgers, maatschappelijke organisaties en de markt. Stedenbouwkundige Riek Bakker – bekend van de Rotterdamse Kop van Zuid en Vinexlocatie Leidsche Rijn – vindt die integrale aanpak een goede ontwikkeling: ‘De Omgevingswet is een zegen voor Nederland.’

Het was in maart even wereldnieuws: Egypte wil een nieuwe hoofdstad bouwen, omdat de huidige – Caïro – te vol is geworden. India heeft plannen om 100 nieuwe steden te realiseren en de Nederlandse ontwerper Daan Roosegaarde is door koning Abdullah van Jordanië gevraagd om in de woestijnstaat een nieuwe, klimaatneutrale stad te realiseren. Is hier een trend aan het ontstaan?

‘Het concept van een nieuwe stad is natuurlijk niet nieuw’, zegt Riek Bakker. ‘En je hoeft ook niet ver te zoeken, want Almere is relatief nieuw en niet ver van een bestaande stad – Amsterdam - gerealiseerd. Wel wordt het ontwikkelen van een nieuwe stad steeds interessanter, omdat de huidige tijd veel uitdagingen biedt voor stedenbouwkundigen: hoe verweef je duurzaamheid, techniek en een goede infrastructuur op een kaal stukje grond dat straks een bruisend centrum is waar mensen leven en werken?

Het moet geen prestigeobject worden, waar ik -in het geval van Egypte- wel een beetje bang voor ben, maar iets waar de bewoners zich verbonden mee voelen.

Daarom vind ik het zo belangrijk dat niet alleen de overheid, maar ook partijen als banken worden betrokken. Die weten namelijk als geen ander dat achter ieder geslaagd project ook een goed onderbouwd financieel verhaal moet zitten. Als directeur Stadsontwikkeling in Rotterdam wist ik dat de Erasmusbrug er alleen kon komen als iedereen – in de volle breedte – geloofde in het nut. Het paste perfect in het hele plan om van de Kop van Zuid iets iconisch te maken: een mooi en bruisend hart van Rotterdam dat het noorden en zuiden met elkaar verbond, als gelijkwaardige delen, met de Erasmusbrug als markant symbool.’

In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex, 1991) stonden de uitgangspunten voor de bouw van nieuwe woningbouwlocaties voor de periode tussen 1 januari 1995 en 1 januari 2005. Voor een aantal steden gaf het Rijk aan waar de nieuwe uitbreiding zou kunnen plaatsvinden. Formeel was het zo dat provincies en samenwerkende gemeenten de locaties bepaalden.

De grootste Vinexwijk staat bij Utrecht, waarvoor Riek Bakker het masterplan ontwikkelde. In een paar decennia veranderde een landschap van boomgaarden, weiden, slootjes, tuinderskassen en oude boerderijen in een stadsdeel met 70.000 inwoners. Met sporen van hoe het vroeger was. ‘Grootste uitdaging was het bij elkaar brengen van Utrecht en Vleuten/De Meern’, herinnert Bakker zich.

‘Toen ik aan het masterplan begon heb ik alle betrokken partijen – de gemeenten, maar ook alle organisaties die hun zegje wilden doen over het nieuwe stadsdeel – gevraagd een top 10 te maken van wat ze graag zouden willen. Het uiteindelijke resultaat is een leefgebied waarin nieuwbouw is ingepast tussen onder andere de sloten, bomen en boerderijen van vroeger. In samenwerking met Rijkswaterstaat werd de A2 verlegd en ondertunneld. Bovenop de tunnel verrijst nu een mooi park en loopt Leidsche Rijn vloeiend over naar de rest van Utrecht.’

‘Dat Leidsche Rijn een succesverhaal is geworden, komt door de brede betrokkenheid van iedereen. Twee gemeentes die er echt wat van wilden maken en de vele organisaties die meedachten en zich flexibel opstelden. Soms krijg je bij grote projecten als deze niet helemaal je zin, maar door allemaal water bij de wijn te doen, is er iets moois ontstaan.’

Waren 25 jaar geleden bij de start van de Vinex-operatie de overheden aan zet, de komende kwarteeuw ligt de bal bij uiteenlopende coalities van gebruikers, investeerders en exploitanten. Een goede zaak, vindt Bakker: ‘Ik beweer niet dat het Rijk helemaal niets meer moet doen: mainports, wegen, water en spoor zijn en blijven de verantwoordelijkheid van Den Haag. In mijn ogen moet de inrichting van Nederland voor een groot deel van onderop gebeuren – ja, met een beetje hulp uit Den Haag. En het kán ook. Kijk maar wat er in Leidsche Rijn dankzij de betrokkenheid van vele partijen tot stand is gebracht. Met die brede coalitie is iets ontstaan dat veel mensen in de armen konden sluiten. Ik word iedere keer weer blij als ik er ben.’

Om straks die integrale aanpak mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat wetten en regels ontwikkeling helpen (en niet in de weg staan), is er de Omgevingswet, waaraan binnen IenM de afgelopen jaren

samen met alle betrokkenen hard is gewerkt. Die vervangt 26 bestaande wetten (en 4.600 artikelen). Vier Algemene maatregelen van bestuur komen in de plaats van de huidige 120. Vooruitlopend op de nieuwe integrale wet wordt door een flink aantal gemeenten, in het kader van het programma “Houd het eenvoudig, maak het beter!”, al gewerkt in geest van de Omgevingswet. Dit moet de komende jaren vaart brengen in de ruimtelijke ontwikkeling.

Bakker is blij met de Omgevingswet. ‘Een zegen voor Nederland. Ze bevordert de integrale aanpak. Er is meer betrokken-
heid en plannen komen eerder voor elkaar. Dat scheelt tijd en geld. Ik vind overigens wel dat universiteiten en andere onderwijs-
instellingen beter moeten inspelen op deze wet en de manier waarop we Nederland gaan inrichten. Zorg dat betrokkenen – overheid en andere participanten – hierop goed worden toegerust. Het gaat immers om de toekomst van Nederland!’

De gemeente Roosendaal vroeg Riek Bakker in 2014 een visie te ontwikkelen voor een aantrekkelijker stadscentrum. Tijdens een drukbezochte informatieavond vroeg zij de aanwezige bestuurders waarom zij een nieuw centrum wilden: om goede sier te maken (met het oog op de naderende raadsverkiezingen) of omdat zij écht geloofden in een mooi en levendig stadshart waarin iedereen zich thuis voelt. En dan is het volgens Bakker een kwestie van tegen heilige huisje durven te schoppen. Bijvoorbeeld door, in het geval van Roosendaal, de vertrouwde weekmarkt naar een nieuwe locatie te verplaatsen.

‘Provincies en gemeenten kunnen echt een stempel gaan drukken op de ruimtelijke kwaliteit van hun omgeving. Mijn ervaring is dat vooral provincies hierin nog wat zoekende zijn. Misschien omdat ze het gevoel hebben “er een beetje bij te hangen”. Ten onrechte, want met de Omgevingswet zitten ze straks echt

aan het stuur. Samen met de andere participanten, want door dit samenspel kunnen zij een goede, integrale visie op de omgeving ontwikkelen.

De Omgevingswet biedt alle handvaten om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Met meer betrokkenheid en minder obstakels. Zorg dan dat je de participatie en financiering goed regelt en verzamel de juiste professionals om je heen, te beginnen met echte stadsontwikkelaars.’
Want met hen begint het volgens Bakker. ‘Maar een goed ontwerp kan natuurlijk nooit los worden gezien van een visie op de omgeving waarin alle betrokkenen zich kunnen vinden en er echt commitment is om er samen tot resultaten te komen. Want plannen maken is natuurlijk leuk, het wordt nog leuker als ze ook worden uitgevoerd!’

Reageer

Abonneer

Colofon

Edities

Ik heb de volgende opmerking of suggestie voor IMagine:

Emailadres

Verstuur
Sluit

Ik abonneer mij graag op IMagine
Emailadres

Verstuur
Sluit

Het relatiemagazine IMagine is een uitgave van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Hoofd- en eindredactie:
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ontwerp en realisatie:
Ontwerpwerk, Den Haag

Sluit

Bekijk editie 1 Bekijk editie 2 Bekijk editie 3 Bekijk editie 4 Bekijk editie 5 Bekijk editie 6 Bekijk editie 7 Bekijk editie 8 Bekijk editie 9 Bekijk editie 10 Bekijk editie 11

Sluit