Samen Werken
IenM en partners

SAMEN
WERKEN
aan ...

Dit voorjaar heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Omgevingswet. Vorig jaar stemde de Tweede Kamer al in met de wet, die een streep zet door complexe en versnipperde regelgeving.

In de Omgevingswet worden 26 bestaande wetten opgenomen. Het aantal Algemene Maatregelen van Bestuur wordt teruggebracht van 120 naar vier. Deze vermindering van regels moet leiden tot meer kwaliteit voor de leefomgeving, een grotere keuzevrijheid voor ondernemers, kortere procedures en minder onderzoekslasten.

Vier mensen die betrokken zijn bij de totstandkoming van de wet komen aan het woord: een wethouder, de directeur van een stichting die opkomt voor natuur en milieu, een Kamerlid en de programmadirecteur Eenvoudig Beter bij het ministerie van IenM.

Minder regels, meer kwaliteit

Tjerk Wagenaar

Directeur stichting Natuur & Milieu

Jop Fackeldey

Wethouder financiën, economie en wonen, gemeente Lelystad, voorzitter Fysieke Pijler Stedennetwerk G32

Eric Smaling

Kamerlid SP, Portefeuillehouder verkeer, milieu, energie, water en ruimtelijke ordening

Edward Stigter

Directeur programma Eenvoudig Beter, trekker Omgevingswet, IenM

Een aanwinst voor natuur en milieu

‘Mijn betrokkenheid bij de totstandkoming van de Omgevingswet dateert van het beginstadium. Toen was nog ongewis welke kant het op zou gaan. In 2011 ben ik toegetreden tot de commissie Milieu, Energie en Duurzaamheid. Een van de vijf adviescommissies die waren ingesteld om de politiek en de ambtenaren die zich met de wet bezighielden, gevraagd en ongevraagd van advies te voorzien. Ik vertegenwoordigde in de commissie een aantal organisaties op het gebied van natuur en milieu. Zo konden we op die terreinen met een eenduidig advies komen.

Als milieuorganisaties zaten we snel op één lijn. We zijn allemaal deskundig en kwamen er in goed overleg uit. In principe kan de Omgevingswet een aanwinst zijn voor wie begaan is met het milieu en de natuur. Niet langer versnippering, maar een integrale benadering mét de ambitie om de leefomgeving te verbeteren.

Door de Omgevingswet kunnen processen sneller gaan. Dat is ook nodig, want de komende 15 jaar moet er veel gebeuren om onze milieudoelstellingen te halen. Denk aan de plaatsing van windmolens, circulaire economie in de havens van Rotterdam en Amsterdam, de toepassing van geothermie. De Omgevingswet zal hierbij goed van pas komen.

De wet is nu dan wel aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, maar de uitvoeringsregelgeving is natuurlijk cruciaal. Ik hoop dat goed zal worden vastgehouden aan het principe van de integrale benadering.

In de uitvoeringsregels moet duidelijk zijn wat de omgevingswaarden zijn voor bijvoorbeeld bodem en andere onderdelen van onze leefomgeving. En op welke manier we het instrumentarium van de wet kunnen inzetten. Ik ben heel benieuwd of het zal slagen.’

Burgers kunnen meepraten in de planfase

‘Ik ben vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de G32 gevraagd mee te denken over de ontwikkeling van de Omgevingswet. Wat mij aantrekt, is dat het gaat om een nieuwe manier van denken.
De Omgevingswet biedt burgers de mogelijkheid om meteen aan de voorkant van de planfase mee te praten. De komende jaren moeten gemeenten die omslag maken: samen met de samenleving de inrichting van de leefomgeving bepalen.

Het instrumentarium voor de ruimtelijke ordening was hard aan verandering toe. Kijk naar Lelystad, deze gemeente is op de tekentafel ontworpen. Waarbij de overheid het voor het zeggen had. In de huidige situatie kunnen verschillende belangen dikwijls niet integraal worden gewogen. Met de Omgevingswet kan dat straks wel. Dat is ook de kerntaak van bestuurders.

Ik hoop dat de twee aankomende verkiezingen, voor de Tweede Kamer (2017) en voor de gemeenteraad (2018), geen roet in het eten zullen gooien voor de invoering van de Omgevingswet. In beide Kamers was er natuurlijk draagvlak voor de wet, maar op gemeentelijk niveau loop je de kans dat wethouders het doorschuiven naar hun opvolger. Dat zou ik jammer vinden, dan doen we onszelf ook tekort.

Er moet wel genoeg tijd zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Er zijn nog diverse hobbels op juridisch en uitvoeringsvlak. Het is natuurlijk een megaoperatie, vergelijkbaar met de decentralisaties in het sociaal domein van de afgelopen jaren. En net als daar, gaat het bij de Omgevingswet uiteindelijk ook om mensen. Alleen wat minder direct en wat meer op de langere termijn.’

Raamwerk zit logisch in elkaar

‘Het verbaast mij niet dat de Omgevingswet dit voorjaar vrij geruisloos in de Eerste Kamer is aangenomen. Het is een waanzinnig brede wet. Met het risico dat iedereen gaat winkelen bij de behandeling ervan. Wat dan weer ten koste gaat van de samenhang. Desondanks vond ik het een heel erg inspirerende wetsbehandeling. Je merkte aan de minister dat zij zelf ook graag de diepte in wil over dit onderwerp. Bovendien had ze er een goed team opgezet en was er uitgebreid geconsulteerd en proefgedraaid. Het plenaire debat begon dus niet
bij nul.

Ik vind dat het raamwerk van de wet logisch in elkaar zit en de route richting Invoeringswet laat toe dat je voortschrijdend inzicht en zich opbouwende jurisprudentie meeneemt. Dat lijkt me verstandig.

Vanuit mijn portefeuilles voel ik mij erg betrokken bij de totstand-
koming van deze wet. Groot risico

is dat er (te) sterk wordt uitgegaan van vertrouwen en het realiseren van win-win situaties. Zo zit de wereld niet in elkaar. Zeker niet in Nederland, waar not-in-my-backyard toch regeert. Je moet grenzen stellen ten bate van de leefbaarheid. Kwaliteit van lucht, bodem en (drink)water zijn essentieel. Toezicht en handhaving moeten goed geregeld zijn. En niet schuren met de Omgevingswet, omdat verantwoordelijkheden niet goed zijn afgestemd.

Zelf ben ik erg blij met mijn amendementen, die een relatie leggen tussen de Omgevingswet en gezondheid. Het ontbreken hiervan heeft ons behoorlijk opgebroken in de Q-koorts kwestie. Ook ben ik blij dat BRZO-bedrijven gedwongen kunnen worden om over te stappen op de best beschikbare technieken. Verder moet zo’n wet gaan leven bij de bevolking. Dat kan lukken, als je het afwegingskader in spelvorm giet. En ruimte biedt aan experimenten in het gemeentelijk omgevingsplan.’

We hebben in openheid samengewerkt

‘De belangrijkste winst van de Omgevingswet? Het brengen van samenhang in de visies, plannen en besluiten in de leefomgeving. In de Omgevingswet staan alle kerninstrumenten voor de omgeving, voor de verschillende overheden, bij elkaar. Hierdoor, en door toepassing van een harmonisatieslag, vermindert de complexiteit aanzienlijk.

Het wetgevingsproces van de Omgevingswet onderscheidt zich van andere wetgevingsprocessen omdat we vanaf het begin in alle openheid met alle betrokken partijen hebben samengewerkt. Meestal gebeurt dit veel meer in de beslotenheid van een ministerie.
Ik denk ook dat we een zeer grote bereidheid tot onderhandelen hebben getoond, zelfs nadat het wetsontwerp al in de Ministerraad was geweest. Aan de andere kant hebben we de werkwijze om tot deze wet te komen zeer strak georganiseerd.

Iedereen heeft baat bij zo’n strikte marsroute: het geeft duidelijkheid en het wordt een cultuur om deadlines ook echt te halen.

Inmiddels hebben heel veel mensen bijgedragen aan de totstandkoming van de Omgevingswet. In het programma Eenvoudig Beter hebben we geprobeerd veel mensen van buiten – van gemeenten, provincies, waterschappen – naar binnen te halen, zodat we van hun ervaring konden profiteren. Dat is aardig gelukt. Het was, door de vele mensen die tijdelijk bij ons kwamen werken, een duiventil. Maar de opgave van de Omgevingswet bindt ons.

Ik denk niet dat er nog een kink in de kabel komt. We zitten goed met het juridische spoor: de Omgevingswet is een goede wet geworden. Natuurlijk kan een nieuw kabinet een ander accent leggen, maar het draagvlak in beide Kamers was breed. Ik zie het met vertrouwen tegemoet.’

Reageer

Abonneer

Colofon

Edities

Ik heb de volgende opmerking of suggestie voor IMagine:

Emailadres

Verstuur
Sluit

Ik abonneer mij graag op IMagine
Emailadres

Verstuur
Sluit

Het relatiemagazine IMagine is een uitgave van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Hoofd- en eindredactie:
Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Ontwerp en realisatie:
Ontwerpwerk, Den Haag

Sluit

Bekijk editie 1 Bekijk editie 2 Bekijk editie 3 Bekijk editie 4 Bekijk editie 5 Bekijk editie 6 Bekijk editie 7 Bekijk editie 8 Bekijk editie 9 Bekijk editie 10 Bekijk editie 11

Sluit